zaterdag 21 januari 2017

Ivoren torentjes afbreken........

Vanmorgen las ik een interview met Nasrdin Dchar waarin hij zei dat hij zijn kinderen juist wilde leren dat een stapje extra doen niet nodig is. Dat raakt mij, vooral het accepteren moet van twee kanten komen. In de afgelopen jaren ben ik dat ook meer dan eens tegengekomen, maar dan vanuit mijn ervaringen als persoon met een handicap. Ik weet dat ik extra hard moet werken, ik weet dat mensen niet zo makkelijk met verschillen om kunnen gaan. En herken in de ouders van Nasrdin ook de gelatenheid van mijn ouders.
De aansluiting zien te vinden

Het klinkt gek als je over twee compleet verschillende werelden en achtergronden spreekt, maar ervaar toch bepaalde punten op een gelijksoortige manier. Met het grote verschil dat het verschil bij mij minder zichtbaar is voor mensen die mij voor het eerst tegenkomen. Toch zijn de muren herkenbaar, de opgetrokken ivoren torentjes om mensen die mensen die 'net even anders zijn' veilig buiten de deur houden.

Is het allemaal negatief?

Natuurlijk zie ik ook hele mooie dingen, mensen binnen bedrijven die wel open staan voor verschillen, ruimte willen bieden aan diversiteit en inclusie. Bedrijven waar diversiteit en inclusie geen publiek statement maar een kernwaarde vertegenwoordigd. Toch wil dat niet zeggen dat het bij al die bedrijven helemaal goed gaat, want ook die bedrijven bestaan uit mensen die zo divers zijn als de maatschappij. En als directeur of C-level manager kan je wel willen dat je een divers en inclusief personeelsbestand hebt, maar als de mensen binnen je organisatie dat niet zien, is dat een hele kluif.

Terwijl er op overheids gebied steeds meer zaken goed worden vormgegeven, helaas hebben we namelijk wettelijke kaders nodig om inclusie en diversiteit vorm te geven. Blijven bedrijven nog te vaak achter, want helaas blijkt dat deze thema's nog te veel worden gezien als kostbaar sociaal en maatschappelijk issue, waarvan onduidelijk is hoe dit zich terug gaat betalen. 

Bedrijven zijn onderdeel van de maatschappij

Het is belangrijk om je als directeur, C-level manager, team manager of gewoon als medewerker te realiseren dat de maatschappij ook zijn voeten in de organisatie heeft. Bij elk bedrijf lopen de uitersten rond, van potentiële PVV stemmers tot DENK stemmer, van VVD tot SP, en uiteraard alles wat daar tussen zit. Het is goed om je te bedenken hoe deze verschillen kunnen worden overbrugd binnen de eigen organisatie. 

Om te komen tot een complete acceptatie van diversiteit, van inclusie, van iedereen telt mee omdat hij of zij een bijdrage levert aan onze organisatie, is het noodzakelijk deze thema's bespreekbaar te maken. Ga met elkaar in gesprek, wordt niet boos maar luister naar elkaar. Want alleen op die manier kan er verbinding ontstaan, alle sociale verbanden tussen verschillende groepen zijn ooit ontstaan door met elkaar in gesprek te gaan. En vervolgens met elkaar in gesprek te blijven, want daar zit hem misschien wel de kern van elke organisatie die door digitalisering met verdwijnende sociale cohesie te maken krijgt, het punt waarop men zich vooral op het eigen clubje gaat richten. 







zondag 15 januari 2017

Inclusie een (rot)zorg

Ik werk al jaren aan inclusieve organisaties, het opnemen van mensen met een handicap in de scope van een organisatie of het nu om werk of diensten/producten gaat. Ik wil net als ieder ander 'gewoon meedoen' was meermaals mijn slogan als ik met ondernemers in gesprek ging. Toch was inclusie, toegankelijkheid of gewoon meedoen met een handicap iets wat altijd als een 'zorg' werd gezien. Hopelijk brengt de campagne van (daar heb je de zorg weer) van het ministerie van VWS hier verandering in, zeker omdat discriminatie (veelal onbewust) echt voorkomt als het gaat om een handicap.

Het is me vaak overkomen in mijn tijd als freelance MVO adviseur, begon je bij een bedrijf over inclusief ondernemen dan werd er meewarig gekeken. 'Waarom wij, we hebben niks met zorg' was op vele gezichten te lezen. En dat is ook hoe er lange tijd naar een handicap werd gekeken, als kostenpost en zorgenkindje, maar niet als volwaardig economisch object in de economie. Gek eigenlijk, want waarom zou je als gehandicapte niet economisch zelfstandig kunnen zijn?

Onbekend maakt onbemind

Omdat mensen met een handicap veelal een beetje aan de zijlijn van de maatschappij hebben gebivakkeerd, is het voor veel mensen niet duidelijk waarom je ook hen als economische entiteit kan zien. Voor veel bedrijven is het nog steeds schrikken als er een sollicitant met een handicap voor de deur staat. Veel gehandicapten die solliciteren maakt dat niet uit, ze vertellen graag waarom ze graag willen komen werken, waarom ze weten dat ze de beste kandidaat zijn, wat ze nodig hebben om te kunnen werken. Daar hangt wel iets belangrijks mee samen, verplaats je in de persoon die tegenover je zit, zie deze persoon als mogelijke collega en niet als 'ach wat vervelend voor je dat...'

Daarom is de campagne vanuit het ministerie van VWS ook zo mooi, het gaat om die bewustwording, het bewustzijn dat bij zoveel mensen ontbreekt. Onderstaande filmpje illustreert precies waar ik het over heb, op de website van het ministerie van VWS is deze ook beschikbaar met audiodiscriptie en ondertiteling, helaas wilde blogger dit niet uploaden :-(



Het gaat om de inhoud

Er zijn gelukkig ook hele mooie uitzonderingen op de regel als het gaat om het gebrek aan kansen voor mensen met een handicap. Want er zijn gelukkig mooie voorbeelden tot aan board niveau toe als het gaat om mensen met een handicap. Deze mensen zijn er wel gekomen, niet omdat ze medelijden kregen, wel omdat ze de kans kregen om hun talent voorop te stellen en kansen durfden te grijpen. 

Dus als je als werkgever de volgende keer een kandidaat met een handicap als sollicitant krijgt, of als ondernemer een klant met een beperking die problemen ervaart bij het afnemen van een dienst of product, verplaats je dan eens in de ander. Want samen kunnen we ons bewust worden van de drempels die voor de bevoorrechten niet zichtbaar zijn, maar een struikelblok kunnen vormen voor mensen met een extra uitdaging in het leven. Simpelweg omdat iedereen het recht heeft om mee te doen en daarmee kan bouwen aan zijn/haar eigen economische zelfstandigheid! 



zondag 8 januari 2017

Managers van de toekomst

In aanloop naar de verkiezingen wordt er veel gediscussieerd over flexwerkers, over jongeren die met losse contracten weinig perspectief op doorgroei hebben. En ja, het is een topic waar ik me als professional ook druk over maak, want voor organisaties is nieuwe input belangrijk om mee te kunnen groeien. Bovendien is het voor jongeren belangrijk om zich te leren profileren in organisaties, om te leren hoe zij zich in het politieke spel kunnen mengen om zich voor te bereiden op latere management functies.

Een vast contract is voor jongeren niet
vanzelfsprekend
Afgelopen week las ik ergens een artikeltje over jongeren die moeite hebben met hun positie als flexwerker, ze voelen zich tweederangs medewerkers, hebben niet het gevoel gehoord te worden als zij een goed idee hebben en misschien nog wel het vervelendste (als ik het mag zeggen) ze krijgen geen feedback maar worden 'terecht gezet' als er iets mis gaat. Dat terecht gezet worden is niet iets waar je van leert, behalve dan dat je het nooit meer moet doen, de vraag is alleen hoe kan je het de volgende keer beter doen.

Groei en verjonging

Het is voor elk bedrijf noodzakelijk om nieuwe instroom te hebben, om nieuwe aanwas te kweken voor de uittredende oudere generatie die vaak al lang in dienst is. Toch is die nieuwe aanwas vooral opgenomen in een flexibele schil, ze voelen zich geen volwaardig onderdeel van een bedrijf en ervaren minder ruimte om zich uit te spreken.

Als jongeren niet de ruimte ervaren om zich uit te spreken, zich onzeker voelen over hun toekomst, kan dat iemand zelfs op professioneel vlak onzeker maken. Zeker als de ruimte om te groeien niet wordt geboden, want als je nooit feedback krijgt om daarvan te leren, wordt het erg lastig om jezelf te verbeteren. Als je vooral te horen krijgt 'zo doen we dat niet' terwijl je ziet dat het beter kan door werkzaamheden aan te passen, raken mensen afgestompt. En juist nu de jongere generaties in de komende jaren om moeten leren gaan met veel ontwikkelingen is dit 'anders denken' een belangrijke kwaliteit om te overleven.

Verandering onderweg?

Afgelopen week kondigde Movaris aan dat zij de flexibilisering terug willen dringen naar max 10% om pieken en dalen op te vangen. Dat is geen slechte zaak, vooral niet omdat jongeren gelijk een vast contract kunnen krijgen. Als je perspectieven ziet bij je werkgever zal je je sneller uitspreken over zaken die niet goed zijn, ideeën aandragen en op die wijze leren hoe iets te bereiken binnen een organisatie. Als organisatie is het goed om deze jongeren met hun motivatie en ideeën te motiveren en stimuleren, te begeleiden in de politieke processen en ten slotte daarmee de kans te geven door te groeien. Want jongeren zijn de toekomst van de arbeidsmarkt en ondernemend Nederland.


zondag 1 januari 2017

2017 het jaar van......

Het einde van #jekomternietin
Vandaag op 1 januari is er iets veranderd in Nederland, iets veranderd voor ondernemers en bovenal ook voor mensen met een handicap. Want hoewel veel bedrijven er nauwelijks bij stil staan, er zit business in toegankelijkheid. Vanaf vandaag hebben mensen met een handicap het recht op toegankelijke producten, diensten, locaties, websites en alles waarvan iedereen zonder er bij na te denken gebruik van maakt. 


De vraag 'hoe toegankelijk zijn wij?' is er eentje waar elke ondernemer over na moet gaan denken, om te vervolgen met 'hoe toegankelijk kunnen wij worden?' om te voldoen aan wetgeving, maar bovenal om gewoon klantvriendelijk te ondernemen. Want het gaat om klanten, de klant is immers koning, dus waarom zou dat niet gelden voor klanten met een beperking?

Over de grens

In Amerika of het Verenigd Koninkrijk kijkt men met verbazing naar Nederland, waar zij ons op veel vlakken zien als voorlopers zijn we hier de nakomertjes. Waar in Engeland toegankelijkheid een gewaardeerd en betaald vakgebied is, is dit in Nederland een sociale aangelegenheid waarvoor je zelden betaald krijgt. Dat is best gek, want toegankelijkheid als onderdeel van een business model levert gewoon geld op, het is meer dan alleen MVO omdat je daarmee goed scoort. Bedrijven als Atos hebben dit goed begrepen en zetten dan ook stevig in op toegankelijkheid. 

In Nederland is toegankelijkheid iets waar bedrijven hun weg nog in moeten vinden, de vraag is of bedrijven zelf het wiel uit gaan vinden of dat we daarvoor de experts in gaan zetten? Want er zijn experts op dit gebied, mensen met een beperking die weten waar de mogelijkheden liggen, die weten waar ze over praten omdat ze dagelijks barrières ervaren. Daarnaast kunnen bedrijven ook over de grens kijken, kijken wat er van peers in landen met toegankelijkheidswetgeving te leren valt, hoe zij het doen en vooral ook hoe zij er geld mee verdienen.

Toegankelijk voor iedereen!

Het jaar van toegankelijkheid

Juist omdat toegankelijkheid vanaf vandaag de norm moet worden, is het een goed idee om 2017 uit te roepen tot het jaar van de toegankelijkheid. Het jaar dat bedrijven gaan nadenken over toegankelijkheid, beleid ontwikkelen en plannen maken om toegankelijkheid in elke vezel van het bedrijf te verankeren. Want met toegankelijkheid gaat er zeker ook een zakelijke wereld open, door net een stapje verder te gaan dan de wet kan je als bedrijf het verschil maken tussen een moetje en service! En welk van de twee levert nu de beste klantbelevenis op?




maandag 19 december 2016

Waardering voor de makers

Onderwijs rendement is snel slagen,
niet het beste uit talenten halen.
Vanavond was er een uitzending van Radar Extra, over de vooroordelen bij beroepsopleidingen en mensen die 'met hun handen' werken. Over de veranderingen in het beroepsonderwijs en de hoge druk op het halen van diploma's binnen gezette tijden. Terwijl er in diverse beroepen een tekort aan mannen en vrouwen is om vakwerk te verrichten, worden leerlingen het liefste naar de HAVO gestuurd omdat het VMBO het afvoerputje zou vormen. Best gek eigenlijk, want vroeger was de vakman een gewaardeerde persoon in een lokale gemeenschap, tegenwoordig storen de buren zich aan zijn busje wat het uitzicht belemmerd en zien ze liever een dikke leasebak in de straat.....

Misschien is voorgaande vergelijking een beetje overtrokken, maar het raakt wel de realiteit van onderwaardering van mensen die een 'vak' geleerd hebben en 'met hun handen' werken. Mensen die voor het gevoel minder verdienen, terwijl dat in diverse beroepen niet meer het geval is, maar in andere beroepen zeker de harde waarheid. De vraag is waarom we vakmensen niet meer waarderen, waarom is het wel verantwoord om goedkoper mensen uit Polen of waar dan ook te halen om vakwerk te verrichten en willen we niet betalen voor de goed geschoolde vakman van het MBO?
Dit terwijl juist het Nederlandse MBO als voorbeeld dient, voor veel andere landen die hier de kunst af komen kijken.

Gaat het om geld?

De onderwaardering is zeker een issue, maar het gaat uiteraard ook over geld. Vakwerk moet voor een lage prijs worden geleverd, liefst van hoge kwaliteit maar de prijs zal uiteindelijk de doorslag geven in de meeste gevallen. Daarbij komt het stigma van de laag opgeleide Nederlander, de mensen die altijd het vakwerk hebben gedaan zijn van hun voetstuk gevallen en daarbij ervaren zij de veranderingen op de arbeidsmarkt als geen ander. Een lasser werkt tegenwoordig vooral freelance, via een uitzendbureau of payroll constructie. De verwarmingsmonteur kan nog wel eens geluk hebben in een regio waar er weinig monteurs beschikbaar zijn, maar in Randstad is het vaak niet de best betaalde baan. 

Vanuit een ander perspectief

We willen allemaal graag dat mensen kunnen werken, hun eigen broek ophouden en bijdragen aan de economische groei van Nederland. Daarvoor is het wel noodzakelijk om iedereen te waarderen op zijn vaardigheden. Dus de laaggeschoolde is een vakman, de hooggeschoolde een bolleboos, zonder stigma en met een eerlijk salaris voor zijn of haar werk. We moeten vooral leren dat iedereen naar zijn beste vermogen, wat voor de een twee rechterhanden zijn, voor de ander een bovenmatig goed functionerend stel hersenen en voor de derde een combinatie van beiden is. 

Daarvoor is waardering nodig van beide zijden, nou ja eigenlijk alle drie de zijden. Want de bankdirecteur wil zijn wasmachine ook laten repareren en de reparateur zijn bankzaken goed geregeld hebben. We kunnen niet zonder elkaar, we moeten het samen doen en door eerlijke waardering voor werk kunnen we allemaal ons leven leiden zoals we het graag zouden willen. Bovendien zit er nog een voordeel aan, want goede vakmensen kunnen een noodzakelijke bijdrage leveren aan een circulaire economie, een duurzame toekomst en daarmee een innovatief Nederland. Wat zouden we nog meer moeten willen?





zondag 11 december 2016

Eindsprint toegankelijkheid

Van inaccessible naar accessible
Eigenlijk zou elk bedrijf zo vlak voor kerst aan de eindsprint 'toegankelijkheid' moeten werken omdat 1 januari 2017 er nu echt aankomt. Toch hoor ik om me heen dat bedrijven wel nadenken maar er nog weinig echte actie aan zit te komen. Dat is best gek, want vanaf 1 januari is toegankelijkheid de norm en zou ontoegankelijkheid uit moeten sterven. De vraag is waarom bedrijven dit dan nog niet echt als een serieuze zaak oppakken?

In Nederland lopen we op zoveel zaken ver vooruit, dat omringende landen meer dan eens jaloers op ons zijn. Toch lopen we op het gebied van toegankelijkheid zo ver achter op de rest van de westerse wereld. Hoe kan het toch dat we nog steeds in deze situatie zitten?

Niet zichtbaar

In Nederland hebben we jaren gedacht dat mensen met een handicap 'zielig' zijn, je moet ze beschermen voor de boze buitenwereld, je moet ervoor zorgen dat ze worden verzorgd en daarbij was werk lange tijd geen prioriteit. Natuurlijk had je vroeger vaak genoeg dat neefje of nichtje van de baas die wat werk deed omdat 'ze toch ook iets omhanden moeten hebben' maar van een serieuze baan was in veel gevallen geen sprake. Laat staan dat mensen met een handicap als belangrijke klantengroep zouden worden gezien.

Waarom mensen niet binnen komen
en dus niet in beeld zijn als klant.
Eigenlijk is dat een gemiste kans, gezien elke 6e klant die binnenkomt technisch gesproken een klant met een beperking kan zijn. Simpelweg omdat er zoveel mensen met een handicap zijn, maar waarom komen die klanten niet binnen? Soms zijn het hele simpele redenen, als de ingang van een restaurant niet toegankelijk is of er geen invaliden toilet is, zal iemand in een rolstoel ergens anders gaan eten. Als je website niet toegankelijk is voor blinden dan gaan zij naar een andere online shop. Als je reclame niet van ondertiteling is voorzien, hoe kan een dove klant dan ooit weten waarom juist dit product beter is dan het andere?

Een nieuwe norm

Vanaf 1 januari moet die norm veranderen, niet dat we dan ineens elke reclame ondertiteld zullen zien, maar het is wel iets waar we naartoe moeten willen. Dat het gewoon is dat als de minister president zijn wekelijkse persconferentie met een gebarentolk naast zich gaat houden. Dat elk bedrijf erover na gaat denken hoe producten en diensten toegankelijk worden en blijven voor mensen met een handicap. Hierin hebben we een aantal mooie voorbeelden, Barclays bank in Engeland, Google en Microsoft in America die van toegankelijkheid een compleet onderdeel van de business hebben gemaakt, en ja daarin meer dan succesvol zijn. Ze zien kostenbesparingen, ze zien klantengroei en een positieve boost van hun image. 

De vraag die bij mij en vele anderen blijft rondtollen is, waarom kunnen we dat in Nederland niet? Waarom lopen wij niet voorop in deze innovatieve aanpak van productontwikkeling in de meest toegankelijke vorm voor iedereen? Want na 1 januari zullen veel bedrijven moeten gaan repareren, en we weten allemaal de repareren geld kost. Om precies te zijn er zijn ratio's van 1 op 1000 in omloop. Dit is toch zonde van ons geld, en als wij als 'zuinig' landje niet gaan investeren dan komen er vele miljarden aan kosten op ons pad bij het achteraf repareren van onze gebrekkige toegankelijkheid. 

Daarom is het goed met de nieuwe norm van toegankelijkheid in de achterzak te gaan denken bij ontwikkelingen, innovaties en productie verbeteringen, want het zal veel geld schelen door nu al te investeren in toegankelijkheid van de toekomst. Dus voordat we het nieuwe jaar ingaat, laten we collectief toegankelijkheid op onze agenda's zetten, toegankelijkheid in onze doelstellingen van 2017 opnemen en samen bouwen aan een inclusie!  





zondag 4 december 2016

Veranderende arbeidsmarkt

Vandaag las ik een interessant artikel over de mogelijkheid om een volledige werkgelegenheid te realiseren. Op zich geen gekke gedachte, zeker niet in een tijd waarin de arbeidsmarkt razendsnel aan het veranderen is. Robotisering, verdere digitalisering en natuurlijk het verhogen van productiviteit dragen niet bij aan het vergroten van de werkgelegenheid, dus moeten we opzoek naar nieuwe oplossingen. 

Waarom zouden we die oplossingen niet dichtbij huis zoeken, dat draagt ook bij aan duurzaamheid en innovatiekracht. Want duurzaam denken is ook anders produceren, niet meer het verslepen van goederen die elders goedkoper geproduceerd kunnen worden. Met als bonus ook nog eens minder vrachttransport op de weg. Daarmee kom je niet in een win-win situatie maar in een win-win-win-win-duurzaamheid situatie terecht.

Dichterbij brengt werkgelegenheid

Door lokaal te produceren brengen we werk terug naar Nederland, met zoals eerder genoemd het voordeel van het terugbrengen van het transport van halffabricaten. Want waar het voorheen de kosten van personeel waren die bedrijven de stap deden zetten tot productie in lage-lonen-landen zijn het straks de kosten voor transport die de productie in eigen land weer goedkoper zullen maken. Daarbij is er voldoende voorraad aan arbeidskrachten die dit werk zouden kunnen doen. Van, de in het artikel genoemde, arbeidsgehandicapten tot de vakmensen die in de komende jaren door robotisering hun werk kwijt zullen raken.

Dit vraagt natuurlijk ook om de wil van mensen die dit werk moeten doen, welke zeker ook moet beginnen met de waardering voor werken met je handen. Niet alleen in een eerlijk salaris, maar zeker ook de maatschappelijke waardering voor de emballage medewerkers die onze gebruiksvoorwerpen in elkaar moeten zetten. Zonder hen hoeven we niet eens na te denken over het terughalen van productiewerk. In navolging hierop moet ook niet de hoogste productiviteit centraal komen te staan, het moet gaan om kwaliteit en vooral ook optimale verdeling van werkgelegenheid.

Innovatiekracht

De transitie naar duurzaam vraagt ook innovatiekracht van bedrijven, ingenieurs en gewone mensen met goede ideeën. Deze mensen kunnen bijdragen aan verduurzaming en het opleven van de Nederlandse maakindustrie. Bijdragen aan het vergroten van onze kennis om deze vervolgens weer te kunnen verkopen aan het buitenland. Want ook dat zal geld opleveren, geld om Nederland duurzamer te maken en niet te vergeten bestand tegen de klimaatverandering die ons ondanks de transitie zeker ook zal raken. 

Al deze dingen helpen onze economie belangrijke stappen te zetten naar een economie waar duurzaamheid centraal komt te staan en werkgelegenheid een van de krachtige peilers kan zijn. Simpelweg omdat we er met z'n allen het beste van moeten maken en oplossingen voor files, werkgelegenheid, klimaatverandering en versterken van de economie beter hand in hand kunnen gaan. Dat is iets anders dan Hans de Boer die graag de Trump aanpak zou verkiezen. We moeten samen investeren middels tijd, arbeid en geld om een duurzame toekomst vorm te geven!